Jezus
Een Cursus in Wonderen van Jezus Christus

Helen Schucman hoorde in 1965 een innerlijke stem die haar vroeg om aantekeningen te maken voor een cursus in wonderen. In de tekst die volgde, blikt de stem in sommige passages terug op een leven als Jezus. Hoe aannemelijk is het dat de woorden die Helen notuleerde echt van Jezus afkomstig waren? Door het ‘beproeven’ van de Cursus vond ik mijn antwoord.

In de Cursus vond ik overeenkomsten en verschillen met het evangelie. In de Bijbel spreekt Jezus in zijn Bergrede over de ‘gulden regel’: het behandelen van anderen zoals je zelf behandeld wilt worden. Ook in de Cursus komt dit principe aan bod. In de Cursus ligt de nadruk op de oorzaak van het handelen waar in de Bijbel vooral op de specifieke handelingen wordt ingegaan. De Cursus schrijft hier bijvoorbeeld over:

Kan een aanval, in enigerlei vorm, liefde zijn? Welke vorm van veroordeling is een zegen? Wie maakt zijn verlosser machteloos en vindt dan verlossing? Laat je niet misleiden door de vorm van de aanval op hem. Je kunt niet proberen hem te kwetsen én worden verlost.

ECIW T23.II.17.2:6

Ik begrijp dit als volgt. Elke vorm van aanval begint met een veroordelende gedachte. Als ik zo’n gedachte over iemand heb dan wijs ik iets in hem af. Deze afwijzing geeft angst omdat ik onbewust verwacht dat ik zelf ook veroordeeld zal worden. Deze angst legt een schaduw over mijn natuurlijke ervaring van liefde. Door afwijzing en de angst voor afwijzing kunnen we al snel in een cirkel van aanval en verdediging belanden. De cursus leert ons dat we elkaars verlosser daarvan kunnen zijn.

Zowel de Cursus als het evangelie raden mij aan om te vergeven. In het evangelie spreekt Jezus over ‘het toekeren van de andere wang’ in plaats van wraak nemen. Vanuit het gedachtengoed van de Cursus beschouw ik vergeving als het terughalen of corrigeren van mijn oordeel over de ander om de eerder genoemde cirkel te voorkomen.

De Cursus benadrukt keer op keer mijn onschuld en die van de ander. Waar ik beschuldiging laat varen word ik zelf bevrijd van schuld en de pijnlijke gevolgen ervan. De auteur van de Cursus geeft een voorbeeld van deze gevolgen:

Als de apostelen zich niet schuldig hadden gevoeld, zouden ze me nooit uitspraken in de mond hebben kunnen leggen als: ‘Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard.’ Dit is duidelijk het tegenovergestelde van alles wat ik onderwezen heb. En evenmin zouden ze mijn reacties tegenover Judas zo beschreven kunnen hebben als ze deden, als ze mij werkelijk hadden begrepen. Ik zou alleen gezegd kunnen hebben: ‘Verraadt gij de Zoon des mensen met een kus?’ als ik in verraad geloofde.

ECIW T6.I.15.2:5

Voor mij was dit verhelderend om te lezen, omdat ik Bijbelpassages als deze in mijn begin twintiger jaren verwarrend vond. Ik kon ze niet rijmen met wat voor mij de liefdevolle essentie van het evangelie was en raakte erdoor verstrikt in een gespleten perspectief van goed en kwaad. Ik beoordeelde mijzelf en anderen vanuit het idee dat er iets te verbeteren viel. Dat leidde tot een paar onnodige confrontaties en schuldgevoelens. Een paar jaar later bracht de Cursus mij hierin helderheid, bijvoorbeeld in een passage als de volgende:

Houd in gedachten, wanneer je de leringen van de apostelen leest, dat ik hun zelf gezegd heb dat er veel was dat ze pas later zouden begrijpen, omdat ze er destijds nog niet geheel klaar voor waren mij te volgen. Ik wil niet dat jij toelaat dat er enige angst binnensluipt in het denksysteem waartoe ik je leid. Ik vraag niet om martelaren, maar om leraren. Niemand wordt gestraft voor zijn zonden, en de Zonen van God zijn geen zondaars. Elke notie van straf houdt de projectie in van schuld en versterkt het idee dat anderen beschuldigen gerechtvaardigd is.

ECIW T6.I.16:1-5

De titel van les 103 van het werkboek in de Cursus is: ‘God, die liefde is, is ook geluk’. Als Zoon (Dochter) van Liefde vergis ik mij wanneer ik geloof dat ik een zondaar ben. In waarheid is iedereen altijd en overal onschuldig. Dit besef van onschuld is een snelweg naar een wereld met gelukkige en liefdevolle mensen.

Zowel in de Bijbel als de Cursus kunnen we lezen over de wederkomst van Christus. Over de betekenis van wat de apostelen daarover hebben geschreven zijn de meningen verdeeld. In de Cursus zegt Jezus over deze wederkomst onder meer:

De Wederkomst van Christus geeft Gods Zoon dit geschenk: de Stem namens God te horen verkondigen dat het onware onwaar is, en het ware nooit is veranderd. En dit is het oordeel waarmee waarneming eindigt. Eerst zie je een wereld die dit als waar heeft aanvaard, geprojecteerd vanuit een nu gecorrigeerde denkgeest. En met dit heilige zicht geeft waarneming een stille zegen en verdwijnt daarna; haar doel is bereikt en haar missie volbracht.
ECIW WdII.311.in.10.1:4.

Ik duid dit als volgt.

Vanuit het besef dat alleen liefde werkelijk of waar is, zien wij een liefdevolle wereld. Angst is als tegendeel van liefde onwaar. Vanuit liefde herkennen wij elkaar als broeders en zusters van dezelfde oorsprong. Onze waarneming kan zich dan verheffen naar een nieuw niveau waarin we met ogen van liefde kijken en onze eenheid met anderen direct ervaren. De Cursus spreekt met ‘Gods Zoon’ in de eerste instantie de individuele lezer aan. Als hij zichzelf in iedereen herkent dan is hij de ene Zoon geworden. Dit is een gedeeld Zoonschap.

De Christus in hem is volmaakt. Is dit het wat je wilt aanschouwen? Laten er dan geen dromen over hem zijn die je liever ziet dan dit. En jij zult de Christus in hem zien, omdat je Hem tot jou laat komen. En wanneer Hij jou geopenbaard is, zul je er zeker van zijn dat jij Hem gelijk bent, want Hij is het onveranderlijke in jouw broeder en in jou.
ECIW T30:VIII.5.5:9

Deze nieuwe realiteit begint met haar te willen. De Cursus omschrijft dat als ‘een beetje bereidwilligheid’. Iedere keer dat we bereidwillig zijn om voorbij oordelen te kijken, vergroten we de opening in ons denken om een nieuwe realiteit toe te laten.

In mijn ogen ligt de wederkomst van Christus in jouw handen en de mijne.

nl_NL