Ik wens dat deze introductie op Een cursus in wonderen je inspireert om zelf te onderzoeken wat dit boek voor jóu kan betekenen. Misschien blijkt het oude principe “beproef en behoud het goede” ook voor jou een helpende leidraad. Je hoeft niets te geloven, niets aan te nemen, en al helemaal niets te forceren.

In een serie teksten wil ik een aantal centrale onderwerpen uit de Cursus belichten, om dit gedachtegoed (dieper) te leren kennen. In dit eerste deel behandel ik de boodschap van de Cursus, hoe het boek tot stand is gekomen en hoe het is opgebouwd.

De boodschap van de Cursus

We kunnen de tekst uit de inleiding van de Cursus beschouwen als een samenvatting van de essentie van het boek. We gaan deze regel voor regel bekijken, met een toelichting daaronder.

Bij citaten verwijs ik naar hun vindplaatsen, bijvoorbeeld T26.IV.4:7. De uitleg van deze codering vind je bijna helemaal achterin het boek, of — voor de Engelse (FIP) versie — op de website van acim.org.

De inleiding begint met:

Dit is een cursus in wonderen. (ECIW T-In.1:1)

Elke keuze voor liefde, en elke uiting daarvan, is een wonder.
Een cursus in wonderen is een cursus die ruimte maakt voor onze natuurlijke ervaring van liefde en innerlijke vrede. De Cursus stelt elders dat er naast de Cursus vele andere wegen zijn die behulpzaam zijn bij het (versneld) leren van dit universele liefdesleerplan. In die zin schuilt ook in het leven zelf zo’n leerplan — zelfs als je je hele leven geen enkel spiritueel boek zou openslaan.

We leren, stap voor stap, steeds vaker kiezen voor liefde in plaats van angst. Vroeg of laat gaan we niet alleen inzien, maar ook ervaren dat dit ons het meest vreugdevolle en inspirerende leven biedt.

De inleiding vervolgt met:

Het is een verplichte cursus. (ECIW T-In.1:2)

Het woord ‘verplicht’ is een vertaling van het Engelse ‘required’.
Als het woord ‘verplicht’ weerstand oproept (wat heel menselijk is), kan het helpend zijn om te weten dat ‘required’ ook ‘nodig’ of ‘noodzakelijk’ betekent. Het leerplan — waarvan de Cursus één specifieke vorm is — is uiteindelijk onontkoombaar. Niet als straf, maar als gevolg van onze diepste wens om gelukkig te zijn.

Het zit nu eenmaal ‘ingebakken’ in de mens om liefde te willen ervaren. Zonder liefde kunnen we niet werkelijk gelukkig zijn. Die oorspronkelijke wil kan soms bedekt zijn geraakt door allerlei andere impulsen, maar bij nadere beschouwing blijken dit vaak pogingen te zijn om vermeend ongeluk te vermijden of iets van geluk vast te houden.

Hoewel de lessen vaststaan, zegt de Cursus hierover:

Alleen de tijd waarin je hem doet staat jou vrij. Vrije wil betekent niet dat jij het leerplan kunt vaststellen. Het betekent alleen dat je kunt kiezen wat je op een gegeven moment wilt doen. (ECIW T-In.1:1–5)

Het doel van het leerplan is om in elke situatie te leren kiezen voor liefde — en daarmee voor innerlijke vrede.
Elke situatie waarin we onvrede ervaren, kan gebruikt worden om dit te leren. Het staat ons vrij om daar op een bepaald moment wel of niet voor te kiezen. De lessen blijven zich echter aandienen totdat we ze geleerd hebben. In die zin hebben we geen keus, simpelweg omdat het leven niet stopt met ons ervaringen aanbieden.

Wie herkent geen terugkerende ergernissen in zijn leven? Situaties of mensen die telkens weer opduiken, alsof ze hardnekkig blijven aankloppen? Het doel van de Cursus is niet om ons daarover schuldig te laten voelen, maar om ons daarvan te bevrijden:

De cursus beoogt niet de betekenis van liefde te onderwijzen, want dat gaat wat onderwezen kan worden te boven. Hij beoogt echter wel de blokkades weg te nemen voor het bewustzijn van de aanwezigheid van liefde, die jouw natuurlijk erfgoed is. (ECIW T-In.1:6–7)

Liefde hoeven we niet te leren; we kunnen wel leren opruimen wat liefde in de weg staat.
De ervaring van liefde is altijd aanwezig, omdat zij de kern van ons wezen is. Wanneer we haar niet ervaren, hebben we een blokkade opgeworpen. Met de Cursus geven we liefde steeds meer vrij baan en herkennen we haar steeds meer als onze diepste, ware natuur.

Elke afwijzing of veroordeling — van een persoon, situatie of toestand in de wereld — is zo’n blokkade. De Cursus traint ons om deze blokkades, die we zelf hebben opgebouwd, weer weg te nemen.

De inleiding zegt vervolgens:

Het tegendeel van liefde is angst, maar wat alomvattend is kent geen tegendeel. (ECIW T-In.1:8)

Alleen liefde is werkelijk.
Angst is een vergissing. Angst is als het donker dat verdwijnt zodra we het licht aandoen. In elke situatie waarin we angst ervaren, zien we het gevolg van onware gedachten. De Cursus leert ons om in steeds meer situaties in ons leven voor liefde te kiezen.

De resultaten daarvan versterken ons vertrouwen in de werkelijkheid van liefde. Naarmate dat vertrouwen groeit, neemt angst af en wordt zij steeds meer als onwerkelijk herkend. We gaan alles wat gebeurt steeds vaker zien als een uiting van liefde, óf als een vraag om liefde.

De inleiding vat dit samen met de beroemde woorden:

Niets werkelijks kan bedreigd worden. Niets onwerkelijks bestaat. Hierin ligt de vrede van God. (ECIW T-In.2)

De herkenning dat alleen liefde werkelijk is, brengt een diepe vrede.
De Cursus noemt dit ‘de vrede van God’.

God, de Drie-eenheid en de weg uit angst

In Een cursus in wonderen maakt God deel uit van de Heilige Drie-eenheid, samen met de Heilige Geest en de Zoon. De Drie-eenheid is een uiteenzetting die we in veel stromingen binnen het christendom terugvinden. In werkelijkheid is er sprake van een volmaakte eenheid tussen God, de Heilige Geest en de Zoon — en zijn wij deze Eenheid zelf.

De opdeling in de Drie-eenheid is geen uiteindelijke waarheid, maar een behulpzaam onderscheid. Het helpt ons om de Eenheid, die ons denken te boven gaat, stap voor stap te (leren) ervaren. Met behulp van Een cursus in wonderen kunnen we de ervaring van afscheiding van elkaar en van God geleidelijk oplossen.

We kunnen het perspectief van de Drie-eenheid zien als een trede op een trap.
Een trede die we beklimmen om onszelf te bevrijden van angst. Daarna zet God, zoals de Cursus het beschrijft, ‘de laatste stap’ en herkennen we de liefdevolle Eenheid in de Drie-eenheid. Op de spirituele ontwikkelingsweg die de Cursus beschrijft, is deze trede essentieel. We kunnen haar niet overslaan, omdat ons op angst gebaseerde denken dan nog actief zou zijn en dit gemakkelijk tot verwarring en illusies zou leiden.

Met behulp van Een cursus in wonderen geven we ons volledig over aan Liefde.
Uiteindelijk leren we dat we Liefde zijn. Vanuit oosterse spirituele tradities, zoals advaita vedanta, wordt vaak onderscheid gemaakt tussen spirituele wegen die primair zijn gericht op toewijding (bhakti) en wegen die vooral inzicht ontwikkelen (jnana). Uiteindelijk komen deze wegen samen in spirituele verlichting. Met de Cursus bewandelen we beide wegen tegelijk: we openen ons hart én we trainen ons denken.

Het Godsbeeld in de Cursus

Een cursus in wonderen schetst een ander beeld van God dan we op sommige plaatsen in de Bijbel tegenkomen. In de Cursus is God onze Oorsprong: de eerste en enige oorzaak van alles. Er bestaat niets buiten God, omdat alles in God ‘is’. God is niet mannelijk of vrouwelijk, heeft geen lichaam en geen persoonlijkheid. God wordt beschreven als volmaakt liefdevol en niet van ons afgescheiden.

God staat in de Cursus symbool voor de Oorsprong van onze tijdloze Geest. Wij zijn naar het evenbeeld van God geschapen: volmaakt liefdevol, één met God en in staat om zelf te scheppen. Er bestaat dus geen God los van ons. In God zijn wij gelukkig. Er is geen God die boos wordt, straft of aanvalt — dat zijn projecties van ons op angst gebaseerde denken.

In de Cursus is de relatie die we met God hebben onlosmakelijk verbonden met de relatie die we met elkaar hebben.
We kunnen niet tegelijkertijd God liefhebben en ook maar één medemens haten. Wanneer we haat koesteren, projecteren we de angst die daaronder ligt op God, die immers ook de schepper van deze medemens is.

God heeft ons geschapen als één Geheel (de Zoon), dat tegelijkertijd uit delen bestaat (de Zoonschap).
Elk deel is daarbij ook de gehele Zoon. Dit is vanuit het perspectief van de onderliggende metafysische eenheid begrijpelijk. Het begrip Zoon/Zoonschap vormt dan ook een belangrijke brug naar dit perspectief.

Omdat wij in werkelijkheid één zijn met al onze medemensen, is elke aanval op hen een aanval op onze eigen ervaring van liefde en innerlijke vrede.
Wanneer de Cursus het woord ‘aanval’ gebruikt, bedoelt zij in de eerste plaats een innerlijke aanval: veroordelende gedachten. Dit kan zich soms ook fysiek uiten, maar de oorsprong ligt altijd in het denken.

Het ego en de Heilige Geest

In de oorspronkelijk onverdeelde Geest heeft een afsplitsing plaatsgevonden. Het ego is een afgesplitst deel dat gelooft in onze identiteit als een persoon die tijdelijk in een lichaam leeft. Het ego gelooft in zonde, schuld en straf — begrippen die in werkelijkheid niet bestaan, omdat zij uit angst voortkomen. Het ego is de stem van angst. Alle veroordelingen, afwijzingen en conflicten vinden hier hun oorsprong.

Onze geest bevat echter ook de herinnering aan eenheid: de Heilige Geest.
De Heilige Geest is een aanduiding voor de bron van gedachten en innerlijke impulsen die ons terugleiden naar de ervaring van eenheid. Hij wordt in de Cursus ook wel de ‘Innerlijke Leraar’ genoemd.

De Heilige Geest inspireert ons om een omslag te maken in ons denken: van angst naar liefde. Waar het ego afscheiding benadrukt, wijst de Heilige Geest ons steeds opnieuw op verbinding. Waar het ego oordeelt, nodigt de Heilige Geest uit tot vergeving. Waar het ego ons klein houdt, herinnert de Heilige Geest ons aan wie we in waarheid zijn.

De keuze voor liefde, en elke uiting daarvan, noemt de Cursus een wonder.
Hoewel liefde in de wereld soms bijzondere vormen kan aannemen, gebruikt de Cursus het woord ‘wonder’ vooral om liefde in elke vorm te benoemen — ook de alledaagse. Wonderen zijn dus heel normaal. Ze zijn natuurlijke uitingen van de liefde die wij in wezen zijn.

Vanuit het perspectief van het ego zijn wonderen niet normaal. Daarin verzetten we ons tegen elkaar, tegen het leven en tegen de ervaring van onze eenheid. De Cursus helpt ons om dat verzet stap voor stap los te laten.

In een later deel van deze serie gaan we dieper in op het ego en de Heilige Geest, en hoe we hun stemmen in ons dagelijks leven kunnen herkennen.

Het ontstaan van de Cursus

Een cursus in wonderen is op een bijzondere, bijna wonderlijke wijze tot stand gekomen. In 1965 hoorde dr. Helen Schucman, een Amerikaanse psychologe en universitair hoofddocent, een innerlijke stem die zei:

Dit is een cursus in wonderen. Maak alsjeblieft aantekeningen.

Haar eerste reactie was allesbehalve verheven: ze dacht dat ze gek geworden was.

Haar afdelingshoofd aan de universiteit, dr. Bill Thetford, reageerde echter opmerkelijk nuchter. Hij moedigde haar aan om de suggestie toch te volgen. Dat besluit bleek verstrekkende gevolgen te hebben. De tekst die Helen vervolgens ontving, was in feite een uitgebreid antwoord op haar besluit om Bill te helpen een uitweg te vinden uit een langdurige conflictsituatie op hun werk.

Helen beschrijft dit zelf in het voorwoord van de Cursus:

Als psycholoog en docent, met conservatieve ideeën en een atheïstische overtuiging, werkte ik in een prestigieus en uitermate academisch milieu. En toen gebeurde er iets wat een reeks voorvallen in gang zette die ik nooit had kunnen voorzien. Het hoofd van mijn afdeling kondigde onverwachts aan dat hij genoeg had van de boosheid en agressie die uit onze houding spraken en besloot met te zeggen: ‘Er moet een andere weg zijn.’ Alsof ik op dit teken wachtte, stemde ik erin toe hem te helpen die te vinden. Klaarblijkelijk is deze Cursus die andere weg. (Voorwoord ECIW)

Gedurende een periode van ongeveer zeven jaar ontving Helen innerlijk de tekst van Een cursus in wonderen. Bill Thetford ondersteunde haar daarbij door de aantekeningen uit te typen en het gedachtegoed met haar te bespreken. Beiden waren diep betrokken bij het proces, niet alleen intellectueel, maar ook persoonlijk en emotioneel.

Dat Helen zelf niet de auteur was van de Cursus, blijkt onder andere uit het feit dat zij het gedachtegoed niet altijd beheerste.
Integendeel: op sommige momenten was zij, vanuit haar sterke identificatie met het ego, zelfs fel gekant tegen wat ze doorkreeg. De Cursus kwam precies daar waar het nodig was. Helen en Bill werden daardoor onvermijdelijk geconfronteerd met hun eigen patronen, overtuigingen en conflicten.

Zij ondervonden dan ook de nodige uitdagingen bij het toepassen van de Cursus in hun samenwerking. Daarmee waren zij, zonder het zo te plannen, de eerste studenten van de Cursus. Het daadwerkelijk doen van de oefeningen en het toepassen van het gedachtegoed hielp hen bij de conflicten op hun werk en droeg bij aan hun persoonlijke en spirituele ontwikkeling.

Gaandeweg werd duidelijk dat de Cursus niet alleen voor Helen en Bill bedoeld was.
In samenwerking met dr. Kenneth Wapnick en uitgeefster Judy Skutch leidde dit uiteindelijk tot de eerste openbare publicatie van A Course in Miracles door de Foundation for Inner Peace. De Cursus vond langzaam maar zeker zijn weg naar een groter publiek.

Inmiddels is Een cursus in wonderen vertaald in 27 talen, waaronder het Nederlands. Wat begon als een innerlijk, persoonlijk proces groeide uit tot een wereldwijd gelezen spiritueel werk dat voor velen een bron van inspiratie, verwarring, weerstand, herkenning — en soms alles tegelijk — is geworden.

De auteur van de Cursus

De ‘stem’ achter Een cursus in wonderen blikt in sommige passages terug op een leven als Jezus. Dit verklaart het christelijke taalgebruik dat we in de Cursus tegenkomen. Voor lezers die Jezus vooral kennen uit de Bijbel en de Bijbel zien als de enige betrouwbare bron voor zijn woorden, kan dit in het begin weerstand of angst oproepen.

Ik heb ooit geworsteld met het idee dat de Bijbel de enige bron zou zijn voor Jezus’ woorden. Ik stelde mezelf toen de volgende vragen:

Zou er iets kunnen bestaan dat Jezus, in Eenheid met God, niet zou kunnen doen?
De hedendaagse Bijbel is tot stand gekomen door inspiratie en interpretatie van meerdere mensen. Als Jezus in deze tijd via één mens zijn volledige leer zou kunnen doorgeven, waarom zou hij dat dan laten?

Uiteindelijk kan alleen eigen onderzoek naar de boodschap van Een cursus in wonderen meer helderheid geven over de vraag of dit werk als authentiek kan worden beschouwd. In de geest van “beproef en behoud het goede” kunnen we dat onderzoek open en eerlijk aangaan. Mocht dit angst oproepen: hoe kan een poging om dieper door te dringen in de liefdevolle leer van Jezus ooit verkeerd zijn?

Met het christelijke taalgebruik slaat Jezus in de Cursus een brug.

Hij richt zich daarmee tot mensen die hem kennen uit de Bijbel en die vertrouwd zijn met deze terminologie. Tegelijkertijd wijkt de Cursus op een aantal wezenlijke punten af van de Bijbel. Dat maakt de Cursus voor sommige christenen toegankelijk, terwijl anderen hem juist op voorhand afwijzen. Dat is begrijpelijk, en tegelijk ook wat zonde — juist voor deze lezers lijkt de Cursus een brug te willen slaan.

In Een cursus in wonderen presenteert Jezus zich als een oudere broer en gids.
Hij wijst ons een weg naar liefde en geluk en geeft zijn visie op gebeurtenissen die in de Bijbel beschreven staan. Daarbij rekent hij nadrukkelijk af met het geloof in zonde, schuld en straf:

Houd in gedachten, wanneer je de leringen van de apostelen leest, dat ik hun zelf gezegd heb dat er veel was dat ze pas later zouden begrijpen, omdat ze er destijds nog niet geheel klaar voor waren mij te volgen. Ik wil niet dat jij toelaat dat er enige angst binnensluipt in het denksysteem waartoe ik je leid. Ik vraag niet om martelaren, maar om leraren. Niemand wordt gestraft voor zijn zonden, en de Zonen van God zijn geen zondaars. Elke notie van straf houdt de projectie in van schuld en versterkt het idee dat anderen beschuldigen gerechtvaardigd is. (T6.I.16:1–5)

De leer van Jezus wordt in de Cursus op sommige punten anders uitgelegd dan in de Bijbel.
Het kan helpend zijn om enkele veelvoorkomende misvattingen over Jezus te benoemen, zodat eventuele weerstand vermindert.

Jezus is niet voor onze zonden gestorven.
In de Cursus wordt uitgelegd dat het geloof in zonde een oordelend perspectief is en daarom niet werkelijk. Jezus beschouwt zijn kruisiging niet als een middel om de zonden van anderen te compenseren. Ieder mens is in wezen onschuldig. Wanneer we kiezen voor angst in plaats van liefde, vergissen we ons — maar dat maakt ons niet zondig in de aan schuld gekoppelde betekenis van het woord.

Het is zo essentieel dat al dit soort denken wordt uitgebannen, dat we er zeker van moeten zijn dat niets van dien aard in je denkgeest achterblijft. Ik werd niet ‘gestraft’ omdat jij slecht was. (T3.I.2:9–10)

Jezus weerlegt in de Cursus bepaalde uitspraken die hem zouden worden toegeschreven.
Bijvoorbeeld de uitspraak:

Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard.

Hoewel deze woorden in de Bijbel op verschillende manieren geïnterpreteerd kunnen worden, zijn uitspraken die gemakkelijk tot verdeeldheid of geweld leiden in strijd met de boodschap die Jezus in de Cursus uitdraagt.

Jezus is niet de enige Zoon van God.
In de Cursus benadrukt hij juist de gelijkwaardigheid met ons, zijn broeders, die samen deel uitmaken van het Zoonschap.

Er bestaan meer misvattingen over Jezus op basis van eerdere geschriften. Bovenstaande voorbeelden zijn slechts enkele daarvan. In het boek Biblical Quotes from A Course in Miracles Reinterpreted van Gene Skaggs Jr. wordt een overzicht gegeven van 134 Bijbelse citaten die Jezus in de Cursus toelicht.

Tips bij het lezen en beoefenen van de Cursus

De Cursus bestaat uit een tekstboek, een werkboek, een handboek voor leraren en een verklaring van termen. Later ‘ontving’ Helen Schucman nog twee aanvullende onderdelen: een gedeelte over psychotherapie en een over gebed. In deze serie richten we ons vooral op het tekstboek en het werkboek, omdat die voor de meeste lezers het meest direct richting en houvast bieden.

Het tekstboek

Het tekstboek van de uitgave door de Foundation for Inner Peace (FIP) bevat de algemene, voor het publiek bedoelde tekstgedeelten. Dat het een selectie is, merken we vooral aan het begin van de Cursus, waar het materiaal een vrij compact geheel vormt. Toch is dit een zeer geschikte versie om mee te beginnen. Op het moment van schrijven is de derde editie de meest recente. Helen Schucman adviseerde tijdens haar leven expliciet de publieke FIP-versie. Er bestaan ook andere versies waarin de volledige tekst is opgenomen, zoals die van de Circle of Atonement (inclusief gratis app).

De Nederlandse taalversie
De Nederlandse editie is een vertaling van de Engelse FIP-versie. Grote delen van de oorspronkelijke Engelstalige tekst zijn geschreven in jambische pentameters, een Shakespeariaans versmetrum. Deze poëtische vorm is praktisch onmogelijk in een andere taal te behouden zonder dat het resultaat geforceerd aanvoelt. In de Nederlandse versie vinden we deze vorm daarom niet terug.
Wanneer je de Engelse taal goed beheerst, kan het lezen van een Engelstalige editie extra verdieping geven door de schoonheid van de woorden. Tegelijkertijd kan het lezen in de eigen moedertaal juist een directe en krachtige uitwerking hebben.

De Nederlandse vertaling is eventueel ook online te lezen via tekstboekeencursusinwonderen.wordpress.com. Deze versie bevat echter niet alle cursiveringen van de papieren FIP-uitgave en er is geen garantie dat zij volledig overeenkomt met de gedrukte editie.

Wanneer het tekstboek niet direct ‘binnenkomt’
Het komt regelmatig voor dat lezers ervaren dat het tekstboek hen in eerste instantie niet raakt. Dat kan verschillende oorzaken hebben. We hebben mogelijk tijd nodig om te wennen aan het christelijke taalgebruik, of we ervaren weerstand tegen wat de woorden voor ons betekenen. Wanneer we deze weerstanden niet vermijden maar er ook niet tegen vechten, kan er een moment komen waarop de Cursus als het ware ‘open’ gaat. Bepaalde passages kunnen dan ineens diep landen en hun transformerende werking laten voelen.

Bij herhaalde lezing van het tekstboek, of bij het opnieuw doen van de oefeningen in het werkboek, ervaren veel cursisten meer diepgang en begrip dan bij een eerdere ronde. De Cursus is gelaagd en nodigt uit tot steeds verder verdiepen. Dezelfde essentie wordt bovendien op verschillende manieren herhaald, waardoor de boodschap soms via een andere formulering alsnog kan binnenkomen.

Soms is het helpend om even stil te staan bij een zin en deze op je in te laten werken. Wanneer het begrip niet komt, is het vaak wijs om gewoon door te lezen. Blijkbaar is het op dat moment nog niet de juiste ingang. De Cursus is geduldig en komt vaak later, via een andere weg, alsnog terug op hetzelfde punt.

Het werkboek

In de inleiding van het werkboek vinden we de volgende woorden:

Een theoretische fundering zoals de tekst die verschaft, is als kader noodzakelijk om de oefeningen in dit werkboek zinvol te maken. Maar pas het doen van de oefeningen maakt het doel van de cursus mogelijk. Een ongetrainde denkgeest kan niets tot stand brengen. Het is het doel van dit werkboek je denkgeest te trainen om te denken volgens de richting die de tekst aangeeft. (W-In.1:1–4)

Het werkboek is essentieel voor het ervaren van resultaat.
In deze teksten probeer ik een globaal theoretisch kader te schetsen dat behulpzaam kan zijn voor het beginnen met het werkboek. Tegelijkertijd zijn er mensen die zonder moeite direct met het werkboek beginnen. Wat passend is, hangt mede af van de ervaring die iemand in het leven en met andere spirituele wegen heeft opgedaan.

Om de resultaten te ervaren die de Cursus beoogt, is het raadzaam om het werkboek daadwerkelijk te doen. Het doorbreken van jarenlang ingesleten denkpatronen vraagt bereidwilligheid, aandacht en tijd.

Het trainen van de geest is vergelijkbaar met het trainen van het lichaam.
Door het doen van de werkboeklessen ontstaat gaandeweg resultaat. We hoeven daarbij niet te wachten tot het hele werkboek is doorlopen. De lessen zijn bedoeld om direct voelbare effecten te hebben, in de vorm van meer vrede, liefde en geluk. De snelheid en intensiteit waarmee dit wordt ervaren, verschillen per persoon en hangen samen met motivatie, vertrouwen, toewijding en overgave.

Wanneer oefeningen niet direct een duidelijk effect lijken te hebben, is het niet nodig om ontmoedigd te raken. De Cursus biedt steeds nieuwe invalshoeken, waardoor andere oefeningen soms beter aansluiten bij waar we op dat moment staan.

Het is behulpzaam om de werkboeklessen te doen zoals ze zijn voorgeschreven, zonder oordeel.
Ons op angst gebaseerde ego-denken zal er ongetwijfeld iets van vinden. Juist dat deel van onszelf is wat de Cursus beoogt te transformeren.

De werkboeklessen zijn online beschikbaar via lessons.acim.org/en (Engelstalig) en lessen.acim.org/nl (Nederlandstalig).

Het handboek voor leraren

Het handboek voor leraren heeft de vorm van vraag en antwoord. Het bevat negenentwintig vragen die ingaan op onderwijzen, leren en de rol van de leraar. De Cursus beschrijft onderwijzen en leren daarbij niet als gescheiden activiteiten, maar als één en hetzelfde proces.

Onderwijzen is demonstreren. (H-In.2:1)

In ons dagelijks leven laten we voortdurend zien wat we geloven, vaak zonder dat we ons daar bewust van zijn. Op die manier zijn we steeds zowel leraar als leerling, voor elkaar en voor onszelf. Het handboek biedt concrete handvatten voor wie inspiratie over de Cursus wil delen met anderen, zonder zichzelf boven de ander te plaatsen.

Hoewel de Cursus als zelfstudieprogramma gebruikt kan worden, komt het gedachtegoed vaak het meest tot leven in het samenkomen met anderen. Juist in de omgang met elkaar kunnen we leren vergeven en zo de blokkades voor de ervaring van onvoorwaardelijke liefde wegnemen. Daarnaast kunnen interpretaties van de Cursus verschillen, en kan het verhelderend zijn om die met elkaar te spiegelen. Voor wie zich wil verbinden met andere cursisten zijn er lees- en studiegroepen, onder andere te vinden via www.miraclesincontact.nl.

De gelukkige leerling

De Cursus schetst een liefdevolle en hoopvolle horizon van spirituele bevrijding. Wanneer we het geloof in het ego geleidelijk loslaten, opent zich een perspectief van innerlijke vrijheid en verlichting. De Cursus wijst hierin consequent in één richting. Dat kan steunend zijn, maar ook uitdagend, omdat ons ego deze richting soms vertaalt naar een innerlijke prestatiedruk.

Die liefdevolle horizon kan dan ongemerkt veranderen in een hoge lat die we zo snel mogelijk moeten halen. We merken dit wanneer we onszelf bekritiseren omdat we steeds weer dezelfde vergissingen maken — precies de vergissingen die de Cursus probeert te corrigeren. Ironisch genoeg is zelfkritiek daar één van.

Wanneer dit gebeurt, kan het volgende citaat bijzonder helpend zijn:

De gelukkige leerling kan zich niet schuldig voelen dat hij leert. Dit is van zo’n vitaal belang voor zijn leerproces, dat het nooit mag worden vergeten. (T14.III.1:1–2)

Leren veronderstelt vergissingen.
Wie zichzelf veroordeelt omdat hij nog niet ‘ver genoeg’ is, heeft het leerproces verwisseld met een beoordelingssysteem. De Cursus nodigt ons juist uit om mild te zijn voor onszelf. Niet door onze vergissingen te ontkennen, maar door ze zonder schuldgevoel te herkennen en ze vervolgens aan Liefde te geven.

De gelukkige leerling is niet degene die geen fouten meer maakt, maar degene die zichzelf toestaat te leren. In die houding ontstaat ontspanning, en precies daarin kan de werkelijke transformatie plaatsvinden.

Afronding

Met dit laatste onderdeel zijn we aan het einde gekomen van het eerste deel van deze serie over Een cursus in wonderen. We hebben stilgestaan bij de kernboodschap van de Cursus, het ontstaan ervan, het godsbeeld, het ego en de Heilige Geest, de rol van Jezus, en praktische aanwijzingen voor het lezen en beoefenen van de tekst.

In het volgende deel gaan we verder met een verdieping in het ego — de stem van angst — en hoe deze zich in ons dagelijks leven laat horen.
Deel 2: Het ego, de stem van angst.