‘Vrede is onmogelijk voor hen die oorlog zien. Vrede is onvermijdelijk voor hen die vrede scheppen.’
Deze woorden uit Een cursus in wonderen wijzen naar een eenvoudige maar radicale weg naar innerlijke vrede. Vrede blijkt geen gevolg van omstandigheden, maar van de keuzes die ik maak in hoe ik kijk. Alleen binnen een dualistisch perspectief heeft kiezen betekenis: ik kies een manier van waarnemen, en die keuze verstoort mijn innerlijke vrede — of laat haar intact.
Wanneer ik naar een ander mens kijk, of naar beelden van oorlog, wat zie ik dan werkelijk? Ik zie wat ik denk te zien. In feite neem ik vooral mijn eigen interpretaties waar: conclusies die ik, bewust en onbewust, heb getrokken op basis van mijn persoonlijke verleden. De wereld die ik zie, is gekleurd door de ideeën waarin ik ben gaan geloven.
Op het moment dat ik iets in mijzelf, een ander of de wereld afwijs, kies ik voor het geloof in gebrekkigheid. Mijn aandacht vernauwt zich tot weerstand tegen wat ik als onvolmaakt ervaar. Ik voel bijvoorbeeld irritatie of ongeduld omdat de werkelijkheid niet overeenkomt met mijn verwachtingen. Terwijl ik innerlijk eis dat het anders zou moeten zijn, verlies ik mijn vrede. Zo wordt het duale perspectief in mijzelf en in mijn wereld telkens opnieuw bevestigd.
Een volgende vergissing ligt dan voor de hand: het idee dat een ander of de omstandigheden verantwoordelijk zijn voor mijn gevoelens. De oorzaak van mijn onvrede wordt naar buiten geprojecteerd. Van daaruit ontstaat gemakkelijk de neiging om te strijden of verandering af te dwingen. Werkelijke, duurzame verandering ontstaat echter alleen wanneer zij voortkomt uit innerlijke vrede — niet wanneer vrede afhankelijk wordt gemaakt van uiterlijke uitkomsten.
Gebrek aan aanvaarding van wat nú is, vormt de wortel van elke onvrede en elk conflict. Daarom is het behulpzaam om ook de onvrede zelf te aanvaarden. Als ik de gevolgen van mijn afwijzing opnieuw afwijs, herhaal ik immers dezelfde vergissing. Zoals het zinvoller is de oorzaak van een lekkage te verhelpen dan eindeloos te dweilen, zo vraagt innerlijke vrede om een verschuiving bij de bron. Mijn kleine ‘ik’ kan dit niet bewerkstelligen. De Liefde die in mij aanwezig is, wacht geduldig op mijn bereidheid om haar te herkennen.
Ik kan leren de wereld en alles daarin als neutraal te zien — ook ongelukken, ziekte en oorlog. In elk conflict, groot of klein, kan ik mensen herkennen die aan het leren zijn om voor vrede te kiezen. Wanneer ik beelden van oorlog zie, kan ik mij laten raken in het Hart en mij tegelijk bevrijden van mijn geloof in de werkelijkheid van vormen. Zodra ik wil dat de dingen anders zijn dan ze nu zijn, neem ik deel aan de eeuwenoude strijd tegen de realiteit. Ik zou in plaats daarvan vrede kunnen zien.
Wanneer ik voorbij mijn beperkte ideeën over wat ik waarneem kijk, opent zich een diepe gevoelswereld. Ik word geraakt door de Liefde die verscholen ligt in het alledaagse: een blik, een theepot, een deur. Wat een bevrijding om te erkennen dat ik eigenlijk niet begrijp wat ik zie. Krishnamurti verwoordde dit treffend: ‘Kijk. Kijk alsof u voor de eerste keer kijkt.’
Voorbij mijn ideeën over jou en mij kan ik ons zien als volmaakte uitbreidingen van Liefde. Zolang ik onze Essentie niet ontken, ervaar ik vanzelf vrede, openheid en vreugde. Vanuit Liefde kan ik voorbij de gevolgen kijken van eerdere ontkenningen van Liefde. Ik neem deze vergissingen waar, maar ga er niet de strijd mee aan. Ik kan mij steeds herinneren dat ik, in jou en in ieder mens, oog in oog sta met een ander deel van ons ene Zelf. Hoe zou vrede anders bereikt kunnen worden?
Diep in jou is alles wat volmaakt is, klaar om door jou heen naar de wereld uit te stralen. Het zal een remedie zijn voor verdriet en pijn en angst en verlies, omdat het de denkgeest geneest die dacht dat deze dingen werkelijk waren en daaraan heeft geleden.
— Een cursus in wonderen